Pan's Truls, stamvader van de Noorse Boskat en prototype voor de rasstandaard zoals die in 1977 werd opgesteld
Pan's Truls, stamvader van de Noorse Boskat en prototype voor de rasstandaard zoals die in 1977 werd opgesteld

Wilde woesteling of koddige knuffelkat?
Het beste van twee werelden in één kat verenigd

Fier dier in de sneeuw

De Noorse Boskat is een halflangharige kat, die in 1977 officieel als internationaal kattenras is erkend. Het zijn katten, die gemiddeld groter zijn dan de huiskat. In de zomer kan men alleen aan de langharige pluimstaart zien, dat men hier te maken heeft met een raskat. In de winter, als de Noorse Boskat zijn winterjas aantrekt, komt er een imposante kat tevoorschijn, die een kraag, een bef en knickerbocker's heeft, terwijl de pluimstaart in de regel dikker wordt. Ook krijgt de Noorse Boskat dan een wollige ondervacht, die de kou tegenhoudt. Verder heeft de Noorse Boskat 's zomers en 's winters pluimpjes op en uit de oren en heeft hij tussen de voetkussentjes onder zijn voeten lange haren zitten, de zogenaamde sneeuwschoenen. Hierdoor heeft hij in de winter meer grip op besneeuwde oppervlaktes.


Van het hoge noorden tot de lage landen;
de Noorse Boskat voelt zich overal thuis

De Noorse Boskat komt in alle kleuren voor, behalve de zogenaamde Siamese kleuren en kleuraftekeningen. In sommige gebieden van Noorwegen en Zweden komen ze nog in het wild voor, een aantal voorouders van de Noorse Boskat heeft indertijd zelf het gezelschap van de mens opgezocht. De Noorse Boskat is dan ook een vriendelijke kat, die andere dieren en mensen vol vertrouwen tegemoet treedt. Verder is hij actief, tot op hoge leeftijd speels en voelt zich net zo thuis op een flat als in een rijtjeshuis, waarbij hij er wel voorkeur aan geeft, om zo nu en dan op een (afgeschermd) balkon, in een (afgeschermde) tuin of aan een riempje een frisse neus te halen. Dit laatste doet ook wonderen voor zijn vacht, die overigens niet veel onderhoud behoeft.

Bezetter van boom en bankstel

Ook is de Noorse Boskat alert op de situatie in zijn omgeving, waarbij hij duidelijk voor zijn nieuwsgierigheid uitkomt. Als hem een onbekend voorwerp, bijvoorbeeld een nieuw bankstel of een nieuwe klimboom, de kamer wordt binnengebracht, moet dit aan alle kanten worden bekeken en besnuffeld, hij kan een urenlange "studie" van het object maken, waarbij ook de factoren "bruikbaarheid" en "comfortabiliteit" uitgebreid worden getest, als hij ware in dienst van TNO.